Cocratie: Decentraal bestuur tot op wereldschaal

— Versie 1, februari 2024 —

Samenvatting. Door onszelf horizontaal te organiseren en besturen, van binnenuit, van het kleinste niveau tot het grootste, kunnen jij en ik een eerlijk, vredig en menswaardig bestaan mogelijk maken voor iedere mens, tot op wereldschaal, zonder dat hogere machten nog langer noodzakelijk zijn om ons van buitenaf en bovenaf te besturen of dwingen. Dit start bij ieder individu dat de verantwoordelijkheid draagt voor het eigen bestaan. Daarna kunnen zij zich vrij met elkaar verbinden en dit opschalen tot een volksvergadering. Op nog grotere schaal kan elke vergadering haar vertegenwoordigers direct selecteren, die samenkomen in grotere vergaderingen. Zolang de keten onafgebroken is, van ieder individu tot elke vertegenwoordiger, kan elke vertegenwoordiger overal en altijd ter verantwoording worden geroepen door ieder individu.

Startpunt.
Monocratie of cocratie?

Over 150 jaar zullen de mensen met verwondering terugkijken op deze periode van de geschiedenis. De periode waarin we totaal vastzaten in een zich eindeloos herhalende cirkel en niet meer verder kwamen. Het werkte niet meer. Terwijl de problemen in de wereld zich opstapelden dachten zij deze problemen op te lossen met dezelfde denkwijze die deze problemen had veroorzaakt. Steeds vielen zij terug in dezelfde denkgroef en de problemen werden groter en dieper. De mensen liepen in cirkels en de groef die zij bewandelden vormde een neerwaartse spiraal naar de bodem.

Met verwondering werd teruggekeken op deze ‘moderne mensen’ die dachten alles al te weten en oprecht meenden op het hoogtepunt van de beschaving te leven. Op de halsstarrigheid waarmee zij bleven vasthouden aan hun ‘corpocratie’ en ‘democratie’, die samen eigenlijk niet veel meer waren dan een volgend stadium van de slavernij die zij dachten afgeschaft te hebben. En tegelijk bleven zij elkaar vertellen vrij te zijn! Ze hielden zichzelf zo klein, zo aangeleerd afhankelijk. Dat de mensen ‘dit’ niet zágen, wonderbaarlijk. En hoe eenvoudig en vervullend het, achteraf, bleek te zijn om in vrijheid, vrede en overvloed te leven. Zolang ze hun denken 90° durfden te kantelen.

Toen alles piepend en krakend tot stilstand was gekomen, was de tijd pas rijp om eens kritisch te kijken naar de achterliggende ideologie die de mensen in deze toestand had gebracht. De ideologie achter de ideologieën. Want er waren de voorgaande eeuwen enorm veel experimenten verricht om tot het perfecte besturingssysteem te komen. En zij sleutelden en sleutelden in hun ivoren torens, maar raakten uitgesleuteld. Want ze kregen het niet voor elkaar in de praktijk. Hun theorie bleek steeds niet te werken in de praktijk.

Want dezelfde basisaanname erachter werd al die tijd niet ter discussie gesteld en werd voor waar aangenomen. De basisaanname die de mensen bleven doen, die achter alle grote ideologieën van de verlichting en moderne tijd zat, was de volgende: “Om onszelf te organiseren zijn we afhankelijk van een hogere, centrale macht die het recht heeft om ons op afstand te besturen.” De gedachte was dat er een besturingssysteem van buiten nodig was om de van bovenaf bedachte orde in te voeren en handhaven.

Om zo’n besturingssysteem in te voeren was altijd een hogere macht nodig op een hogere positie, op afstand van waar het gebeurde. En op hun beurt ging de macht ook uit van dezelfde aanname, die hun tenslotte op deze ‘machtspositie’ had gebracht, en organiseerden zichzelf op basis van een nóg hogere macht. En zo bleven zij eindeloos doorbouwen aan deze toren van Babel, aan één grote piramidestructuur, die wordt gekenmerkt door verdeling in hoog en laag (ontkoppeling, exclusie) en vereniging van alles en iedereen binnen ‘het systeem’ (incorporatie, inclusie). Verdeel, verenig en heers.

Maar we weten allemaal dat hoe groter de afstand tot dáár waar het gebeurt, hoe meer one-size-fits-none de besluiten zijn. En de mensen ‘beneden’ die het moeten uitvoeren richten hun blik machteloos weer ‘naar boven’ in hoop op oplossing en verlossing. Maar ‘daarboven’ weten ze het ook niet. Zo ontstaat een machtsvacuüm waarbij boven en beneden op elkaar zitten te wachten. En hoe meer verticale lagen, hoe groter het vacuüm. En omdat machthebbers niet houden van leegte (chaos) of leiderloosheid (anarchie), wordt op kunstmatige wijze orde aangebracht en gehandhaafd onder dreiging van een vorm van geweld (geweldsmonopolie), of dit nu met het zwaard of de pen is.

En om die chaos en leegte te ‘bestrijden’ rechtvaardigen we voor onszelf dat er nóg meer verticale lagen nodig zijn en de meeropbrengst van elke extra bestuurslaag wordt steeds kleiner, onderstut door allerlei agenten, autoriteiten, adviesorganen, verkiezingen, checks & balances die alles in het gareel moeten houden. Totdat de meeropbrengst ‘nul’ is en alles en iedereen ‘één’ is. Geïncorporeerd in één grote piramidestructuur, met één groot bureaucratisch waterhoofd, door niemand meer te begrijpen, waarin iedereen op elkaar zit te wachten en alles piepend en krakend tot stilstand komt. De Monocratie.

Alle vijf bestuursvormen van Plato, Aristocratie (zij met de meeste kwaliteiten hebben de macht), Timocratie (zij met de hoogste status hebben de macht, bijv. militair of adellijk), Oligarchie (zij met de meeste rijkdom hebben de macht), Democratie (de meerderheid van het volk heeft de macht) en Dictatuur (één alleenheerser heeft de macht) zijn alle vijf Monocratisch van aard, allemaal varianten op hetzelfde liedje: er is een vorm van ‘macht hebben’ bij een exclusief, select, hoger geplaatst gezelschap en daarbuiten is men van de macht uitgesloten. Sterker nog, men heeft de macht uit handen gegeven aan de machthebbers.

Ook de moderne variant van Democratie, waarbij het volk haar machthebbers (indirect) mag verkiezen, is hiervoor geen oplossing, maar slechts een uitstel van executie. Mensen geven hún stem uit handen aan anderen om vóór hen beslissingen te nemen. Het maakt het Monocratische besturingssysteem wellicht minder instabiel en oneerlijk, maar verandert niets aan de achterliggende ideologie. In plaats van één tiran, heerst nu de tirannie van de meerderheid.

Ieder van ons staat daarom op ieder moment voor de basiskeuze aan welke wereld zij gaan bijdragen. Wil je het zover laten komen, tot de Monocratie? Blijven we elkaar vertellen: “Er is toch geen alternatief ?” of “Ja, het is niet ideaal, maar dit is toch het beste wat we hebben?” of “Er moet toch iemand de baas zijn?”

Of besluiten we om het écht anders doen? Er is namelijk wel degelijk een alternatief, dat effectiever, efficiënter, kleurrijker, bevredigender en vooral medemenselijker is dan ons kapot te werken richting de afstandelijke, koude, technologische, starre en harde Monocratie. En het alternatief ís er al. Want terwijl onze wereld langzaam maar zeker verandert in één groot piramidespel waarin hoog en laag steeds verder van elkaar verwijderd raken en aarde en mens hieraan worden onderworpen, wordt het daardoor ontstane vacuüm opgevuld door mensen die weer zélf en mét elkaar beslissen, zonder tussenkomst van een derde partij of hogere macht.

Deze horizontale, decentraal georganiseerde vorm van zelfbestuur heet cocratie en is geen ‘bedachte’ theorie of ideologie, maar is ontstaan vanuit de rijke praktijk van hoe mensen samenwerken. Cocratie maakt heel wat in het ontwerp van de Monocratie is verbroken door de verticale scheiding van machten in hoog en laag. Cocratie heeft namelijk een totaal tegenovergesteld uitgangspunt: “Om onszelf te organiseren zijn we niet afhankelijk van een hogere, centrale macht, maar organiseren jij & ik onszelf, mét elkaar, decentraal.”

Cocratie vormt een onafgebroken keten van vertegenwoordiging, van het kleinste deeltje (het individu) tot het grootste geheel (de wereld) en is gebaseerd op een vijftal breed bekende beginselen. De mogelijkheid om deze beginselen onbeperkt op te schalen tot op wereldschaal is daarentegen ongekend en biedt eindeloze mogelijkheden voor een vredige en vrije wereld waarin jij en ik onszelf kunnen zijn, onszelf kunnen organiseren en besturen, zonder de last nog langer te hoeven verleggen naar hogere machten.

Want in beginsel vraagt cocratie niet iets van anderen, maar van onszelf. En we kunnen er vandaag nog mee beginnen.

Beginsel A.
Verantwoordelijk

Het wordt tijd dat jij en ik ons weer gaan herinneren wie wij werkelijk zijn en waar wij toe in staat zijn. Dat de oorsprong van alles en iedereen ligt in ons eigen geestelijke beginsel en dat jij en ik deze werkelijkheid mét elkaar creëren. Wij zijn cocreators, maar zijn dit vergeten, weten het niet langer. Wij kennen onszelf niet. Wij zijn onwetend. En daarom zijn we bang voor onszelf, ons eigen kunnen en de boze buitenwereld. Onze eigen stemming bepaalt direct hoe wij de buitenwereld waarnemen.

Als we onszelf niet verantwoordelijk kunnen gedragen, betekent dit automatisch dat iemand anders de verantwoordelijkheid tijdelijk namens ons mag dragen, zoals bij kinderen, tot we door ervaring volwassen zijn en de eigen last kunnen dragen. Tot die tijd zijn wij geen cocreators, maar mono-afhankelijk. We zijn dan afhankelijk van iets of iemand buiten of boven onszelf.

De Monocratie start wanneer deze scheiding van verantwoordelijkheid wordt vastgezet en geïnstitutionaliseerd in structuren en systemen en er toestemming van een externe autoriteit nodig is om hieruit bevrijd te worden, áls dat dan nog wordt toegelaten.

Door deze geïnstitutionaliseerde infantiliteit ontstaat aangeleerde afhankelijkheid en gedragen velen van ons zich hun ganse leven onvolwassen, leren niet de verantwoordelijkheid van het bestaan zelf te dragen en projecteren onbewust hun nietigheid (als inferieure, ondergeschikte onderdaan) naar buiten toe in de hoop op redding en verlossing van buitenaf en bovenaf, door iets of iemand anders bóven henzelf (de superieur). Zo ontstaat de populaire roep om sterke leiders en geven we onze eigen macht weg aan hogere machten die, bewust of onbewust, misbruik maken van onze onwetendheid en ons misleiden. Zo verkiezen we steeds weer leiders naar ons zelfbeeld, die macht niet zien als verantwoordelijkheid voor gezamenlijk gewin (win-win), maar als mogelijkheid voor eigen gewin (win-lose) of nóg erger, als mogelijkheid voor andermans verlies (lose-lose).

Deze projectie van onszelf doen wij allemaal individueel. Dit maakt ook ieders beleving van de werkelijkheid absoluut individueel. Dit is een radicaal ander uitgangspunt dan bij de Monocratie, waarin men uitgaat van het ‘feit’ dat er slechts één objectieve werkelijkheid zou bestaan waarvan wij allemaal subjecten zijn. De waarheid is dat er net zoveel werkelijkheden zijn als dat er mensen zijn. Niemand kan in andermans ‘hoofd’ kijken of bepalen wat goed is voor de ander, dus ook geen macht over de ander uitoefenen.

Jij en ik creëren onze werkelijkheden zelf. Als we de bereidheid hebben te herinneren wie we werkelijk zijn kunnen we onze geest, onze verbeeldingskracht en voorstellingsvermogen, bewust gaan inzetten om mét elkaar een betere wereld te creëren. Van binnenuit, niet langer van buitenaf gestuurd, zodat ieder van ons tegen zichzelf kan zeggen: “Hierbij kies ik onvoorwaardelijk voor mijzelf. Alleen ik ben verantwoordelijk voor mijzelf en mijn eigen bestaan. Naar niets of niemand anders kan ik deze last ooit verleggen. Waar en wanneer ik dit toch geloofde neem ik de zeggenschap terug die ik heb weggegeven.”

Cocratie start daarom bij het individu, het ondeelbare geheel dat wij de mens noemen. Het individu kan allerlei groepen vormen met anderen, maar deze zijn altijd weer deelbaar tot men terugkomt bij het ondeelbare individu. Het individu is de kleinste en enig mogelijke eenheid en kan daarom als enige onafhankelijk zijn. Alle eenheid en onafhankelijkheid buiten of boven het individu zijn daarom schijn, vals en fictief en werken Monocratie in de hand. Het zijn onze eigen bedenksels die bedoeld zijn om onszelf en elkaar te dienen, maar niet om ons te overheersen.

En tot slot is ieder geniaal (van genius) idee uit de geschiedenis afkomstig van een verantwoordelijk individu. Iemand die zag dat het anders kon en anderen begeesterde om daaraan bij te dragen en mee te bouwen. Zo’n individu staat uiteraard niet op zichzelf, want ook dat geniale idee is ontstaan uit de eindeloos complexe wisselwerking tússen individuen, maar in onze huidige, op gelijkheid gerichte maatschappij hebben dit soort originele, geïndividueerde mensen moeite om boven te komen drijven of hun hoofd boven het maaiveld te steken. Zij raken verdwaald en zichzelf kwijt in de uniformeringsdrang van het collectief.

Een betere wereld start dus inderdaad bij ieder van ons, bij onszelf. Als we onszelf verantwoordelijk voelen voor onszelf zijn we ook bereid om verantwoording af te leggen over onze daden. Dit maakt de cirkel rond van het eerste beginsel A tot het laatste beginsel E.

Beginsel B.
Verbinding

De volgende stap, na het verantwoordelijke individu in de individuele, private sfeer, is de verbinding tússen individuele mensen, de gemeenschappelijke, publieke sfeer. Na het individu, ik, komt de ander, jij. Ken uzelve, ken uw medemens. Ik & jij vormt alles wat er is, maar wel in die volgorde. Je moet eerst verantwoordelijkheid voor jezelf kunnen dragen voor je anderen van dienst kunt zijn. En tegelijk ontstaat deze verantwoordelijkheid in wisselwerking met de ander. Dit is de basis van een gezonde individuatie en voorkomt individualisme.

Het individu heeft altijd alle zeggenschap over zichzelf en is absoluut en onvoorwaardelijk vrij. Op twee uitzonderingen na. A) Als deze mens de zeggenschap bewust, zonder misleiding én uit vrije wil, afstaat en deze op elk moment weer kan terughalen en B) Als de eigen vrijheid die van een ander schaadt en recht gesproken wordt met en door medemensen. Vrijheid brengt daarom altijd verantwoordelijkheid met zich mee, voor zichzelf én voor anderen.

Er zijn enkel medemensen die je een hand kan geven. Buiten ik & jij bestaat verder geen derde partij, geen grote Wij en dus ook geen Zij en dus ook geen wij-zij denken. Geen hogere macht die de macht kan grijpen om de mensen te overheersen of dwingen. Mensen drukken zichzelf uit zoals zij zijn, dragen van binnenuit hun steentje bij en komen op basis daarvan tot afstemming en overeenstemming. Andersom betekent dit ook dat de mensen hun zeggenschap en macht niet kunnen uitbesteden aan welke hogere macht dan ook, maar enkel mét hun medemensen zélf kunnen besturen. Er is geen verticale verhouding (boven-beneden, wij-zij), enkel een horizontale (ik & jij) tussen medemensen. Niemand staat boven of onder een ander.

Als het individu absoluut en onvoorwaardelijk vrij is in de private, individuele sfeer en zich vrij kan verbinden met anderen in de publieke, gemeenschappelijke sfeer, zou je verwachten dat als we nóg een niveau hoger gaan, we in de collectieve, totale sfeer terecht komen. Dat is echter waar cocratie stopt. Als er een collectief ontstaat, worden oplossingen massaal en kwijnen individuen weg. Er wordt in feite een hermetische cirkel omheen getrokken waar alles binnen moet vallen en niks erbuiten. De handhaving van de eenheid vraagt om (dreiging van) geweld, of dit nu met het zwaard of de pen is. Collectieven zijn daarom altijd totalitair van aard en leiden tot eenheidsstaten en eenheidsworst. Ofwel, Monocratie.

Ik & Jij vormt de basis voor een goed gesprek. Meer is daarvoor niet nodig. Maar vaak raken we zo verstrikt in onze eigen behoefte om te spreken, dat we vergeten om naar de ander te luisteren. Om oprechte en onverdeelde aandacht te tonen voor de ander. Verantwoordelijkheid ontstaat daarom ook door je verantwoordelijk te voelen voor de verbinding met de ander. Dat is de basis van dialoog: luisteren. Zo leer je de ander kennen en dóór de ander leer je jezelf kennen.

Cocratie werkt niet van bovenaf (top-down), maar ook niet van onderaf (bottom-up), omdat het onderscheid tussen boven en beneden wegvalt. Het is gebaseerd op een geïndividueerde, medemenselijke ethiek en vormt een kompas om de weg te vinden in de complexiteit van menselijke verhoudingen om in vrije verbinding tot een gemeenschappelijkheid te komen, waarin wordt gewerkt met dat wat mensen met elkaar gemeen hebben, zodat jij en ik kunnen leren om onszelf en elkaar te verdragen en samen te werken in plaats van elkaar tegen te werken. Allereerst op kleine schaal. Als dat lukt, volgt vanzelf de volgende stap, vergadering.

Beginsel C.
Vergadering

Grotere groepen mensen kunnen individueel en uit vrije wil besluiten om bij elkaar te komen in vergadering, áls ieder van hen daar baat bij heeft. De mensen die iets met elkaar gemeen hebben in een leefgebied, werkgebied, vakgebied of kennisgebied komen dan samen om met elkaar te spreken over iets wat voor hen van wezenlijk belang is en komen tot afspraken waar iedereen individueel achter kan staan of op z’n minst geen bezwaar tegen heeft.

De essentie van vergadering ligt niet zozeer in de inhoud van de besluitvorming, maar in het aanwezig zijn van zij waar het over gaat. Dit gaat om tegenwoordig zijn, in verbinding, meemaken, cocreatie. Dit in tegenstelling tot de consumentenhouding die veel mensen aannemen ten aanzien van politiek, waarin zij slechts op afstand volgen en klagen als passieve buitenstaander, als vreemde. Zij zijn geen speler, maar laten zich bespelen.

Omdat zij allen verantwoordelijk én tegenwoordig zijn, kunnen zij met elkaar ook daadwerkelijk mét elkaar afspraken maken, zonder inmenging of ingrepen van buitenaf door derde partijen of autoriteiten, die zij ook zelf weer kunnen intrekken.

Zo kwamen in de oud-Atheense Ekklèsia bijna wekelijks 5000 burgers bijeen. In Zwitserland bestaan kantons waar nog altijd op dergelijke schaal wordt vergaderd, dit noemen zij een Landsgemeinde. En in noordwest Europa heette het een Ding, de “volksvergadering van de vrijen“, wat zowel de naam voor het centrale onderwerp als de vergadering zelf was.

Bij de vergadering kan en mag iedereen altijd uit vrije wil deelnemen (non-exclusie), zelfs kinderen mogen meedoen, maar niemand hóéft mee te doen (non-inclusie). Zolang zij maar iets hebben met het Ding. Het motto tijdens de vergadering is dan ook: “Wie het weet mag het zeggen!” of: “Wie wil de vergadering toespreken?” Besluitvorming gebeurt bijvoorbeeld op basis van consensus of consent, maar in beginsel niet op basis van een meerderheid, omdat dit minderheden uitsluit. Of overeenstemming is bereikt is niet rationeel te bepalen, maar is een gevoelskwestie waar de aanwezigen zich alles bij voor kunnen stellen. Met elkaar overeenstemming vinden is één van de meest vervullende ervaringen in een mensenleven.

Vergadering stelt mensen in staat elkaar en zo zichzelf te leren kennen.

Hoe groot de vergadering wordt, is afhankelijk van hoe groot het Ding is. Als het eenduidig en eenvoudig is, kan het kleinschalig, zelfs in de vorm van een dóór de vergadering ingestelde raad. En als het een groot, betekenisvol Ding is kan het op zeer grote schaal, bijvoorbeeld met een hele gemeenschap. En hoewel menselijke relaties complex zijn, hoeft een volksvergadering niet gecompliceerd of ingewikkeld te zijn of enorm lang te duren. Integendeel, omdat de besluiten kwalitatief van aard zijn, zullen deze ook duurzamer zijn en zullen de mensen meer eigenaarschap ervaren en zal besluitvorming in het algemeen niet beperkte inzet vergen. En als ooit teveel mensen aanwezig zijn, zal dit aantal als vanzelf afnemen, omdat geen verstandig mens zijn tijd wil verspillen.

Daarnaast is de vergadering ook een uitgelezen plek voor decentrale wetgeving en rechtspraak, zoals dit ook gebeurde tijdens het Ding, waar het kort geding ook zijn oorsprong vindt. Er is een groot verschil tussen wetten en oordelen die ‘van boven’ komen en met geweld moeten worden gehandhaafd of wanneer deze door mensen zélf zijn bedacht, bekrachtigd en weer ingetrokken kunnen worden. Van oudsher werden de besluiten, zowel gerechtelijk als bestuurlijk, vastgelegd in Dingboeken om tot gewoonterecht te komen. En omdat iedereen aanwezig is, zijn letterlijke verslagen of notulen in beginsel overbodig.

De focus verleggen naar vergadering zal tevens de noodzaak verminderen van de huidige overorganisatie, het bureaucratische waterhoofd en de verspilling van talent in bullshit jobs die we in toenemende mate in grote bedrijven en overheden tegenkomen. De mensen die hierin werkzaam zijn, ervaren dan ook een existentiële leegte, die door vergadering met medemensen vervuld kan worden.

De macht is zo niet langer exclusief in handen van afgescheiden (be)raden, waarin vaste zetels zijn voor ‘bestuurders’ en ‘beroepsleiders’ die volledig zijn vrijgesteld om te besturen en leiden volgens strikte procedures en reglementen van orde. Er kan ook door de vergadering worden gekozen om een centrale organisatie op te richten om de vergaderingen voor te bereiden of een (be)raad om in kleinere kring besluiten te nemen, maar deze worden ingesteld door de vergadering zelf en kunnen deze nooit overheersen of mensen uitsluiten van deelname (non-exclusie).

Cocratie werkt daarom in de kern zonder noodzaak tot collectivisering, en volstaat met vergadering, waarbij de vrije, verantwoordelijke mensen in de vergadering altijd mét elkaar het laatste woord hebben. Om onszelf op nóg grotere schaal te kunnen organiseren bestaat bovendien het volgende beginsel, genaamd directe vertegenwoordiging.

Beginsel D.
Vertegenwoordiging

Het volgende niveau van schaalgrootte dient zich aan als de vergadering gebiedsoverstijgend wordt. Dan komen er praktische bezwaren om iedereen mee te laten doen, omdat niet iedereen tegenwoordig kan, wil of hoeft te zijn. Dit is ook het niveau waarop vaak wordt teruggevallen op scheiding van machten in verticale lagen, waarin de leiders worden verkozen via verkiezingen of besluiten worden genomen via referenda, maar dit zijn kwantitatieve instrumenten die uitsluitend werken door de meerderheidsstem, waarbij alle stemmen worden opgeteld tot één stem: “Hij wordt de baas” of “Het volk is voor“. Als we de aard van de besluitvorming inhoudelijk, menselijk en kwalitatief willen houden, zijn deze instrumenten ongeschikt en werken manipulatie en Monocratie in de hand.

Gelukkig is er een eeuwenoud en eenvoudig beginsel voorhanden en dat heet directe vertegenwoordiging. Dit houdt in dat direct uit het midden van de bevolking vertegenwoordigers naar een grotere (geen ‘hogere’) vergadering gaan, die bovendien door de vertegenwoordigden zelf direct ter verantwoording kunnen worden geroepen, omdat er tussen hen een directe verbinding bestaat. De grote vraag rond vertegenwoordiging is daarom: “Wie van ons zal tegenwoordig zijn namens ons?” Zij selecteren dus mensen die zij kennen en vertrouwen en hún belangen direct dienen. Ook hier hoeven geen vaste (be)raden te worden opgezet, vergadering met vertegenwoordigers is in beginsel voldoende.

Cocratie is daarom wezenlijk anders dan onze huidige ‘representatieve democratie’, omdat daarbij wordt aangenomen dat politieke partijen de bevolking vertegenwoordigen, maar dit is schijn, omdat er geen enkele directe verbinding bestaat, maar enkel sprake is van indirecte aanname van vertegenwoordiging. Directe vertegenwoordigers zijn dan ook geen leiders, bestuurders of politici zoals wij die steeds opnieuw projecteren, maar een medemens zoals ieder ander. Een goede vertegenwoordiger is dan ook vooral bekwaam in het praktisch oplossen van de problemen van hún medemensen. Dat is het verschil tussen meesterschap (horizontaal) en leiderschap (verticaal). En iedereen kan in beginsel meesterschap bereiken als zij dit willen, waar leiderschap uitsluitend is voorbehouden aan een exclusief gezelschap.

Deze manier van organiseren zorgt er ook voor dat er als vanzelf mensen naar voren treden die zich daar van nature toe voelen aangetrokken en zich willen bekwamen in het oplossen van problemen, zonder dat zij er boven komen te staan. En mensen die er minder mee hebben hoeven er ook minder tijd aan te besteden, maar weten dat zij goed worden vertegenwoordigd. Zo ontstaat een natuurlijke balans tussen individuele bekwaamheid en gezamenlijke afstemming, zonder dat alle stemmen kwantitatief en kunstmatig gelijkgetrokken hoeven te worden in verkiezingen, want mensen én stemmen verschillen.

Cocratie zorgt zo voor een getrapt stelsel ontstaat van vergaderingen, waarbij steeds uit het midden vertegenwoordigers worden verkozen die in den lijve aanwezig (tegenwoordig) zijn om met anderen van gedachten te wisselen en tot overeenstemming te komen, waarmee zij terugkeren naar hun achterban, die hen direct ter verantwoording kunnen roepen.

Beginsel E.
Verantwoording

Zo werkt cocratie in de praktijk: Elke lokale gemeenschap heeft een vergadering, elke regio heeft een vergadering, elk land heeft een vergadering, de wereld heeft een vergadering. Dus elke vergadering is zelf een geheel én een deel van het grotere geheel. Het werkt holografisch. Dit betekent dat problemen worden opgelost op het kleinst mogelijke niveau (subsidiariteit). Een grotere vergadering is het niet geoorloofd iets te doen, laten of dulden wat door de kleinere vergadering zelf kan worden afgehandeld. Pas als een probleem niet op het kleinste niveau kan worden opgelost, kan worden opgeschaald naar een groter niveau, tot op wereldniveau.

In de huidige Monocratie (het is geen Democratie, daar het volk zich láát regeren) zijn de parlementariërs (die geen volksvertegenwoordigers zijn) niet direct ter verantwoording te roepen. Het ‘volk‘ geeft de stem weg aan haar heersers, een carte blanche. Cocratie wordt dan ook een Monocratie als een vertegenwoordiger zich afscheidt van de vertegenwoordigden en in afzondering macht gaat uitoefenen óver anderen, of daar nu officieel mandaat voor is of niet. Zo ontstaat de scheiding van machten in hoog en laag met beroepsleiders en machthebbers, die niet of nauwelijks nog aanspreekbaar zijn op hun woorden en daden.

Daarom is bij cocratie één vuistregel van vitaal belang. Cocratie is een onafgebroken keten van vergaderingen van vrijen, van klein tot groot, van iedere individuele vertegenwoordigde tot iedere individuele vertegenwoordiger, op basis van tweerichtingsverkeer (directe vertegenwoordiging én directe verantwoording). Elke vertegenwoordiger heeft daarom directe verantwoording af te leggen aan haar vertegenwoordigden, die zelf hun vertegenwoordigers direct ter verantwoording kunnen roepen door de onafgebroken keten van verbinding. Zo wordt het onmogelijk voor één iets of iemand om alle macht samen te bundelen, omdat deze is gedistribueerd over vele schakels en zo in beginsel nooit absoluut of corrupt kan worden, terwijl tegelijk wel grootschalige organisatie vanuit eigenheid kan worden bereikt.

Mocht machtsscheiding toch plaatsvinden, we blijven tenslotte mensen, is het primair de verantwoordelijkheid van de vertegenwoordigden zélf om hun individuele zeggenschap zo spoedig mogelijk terug te nemen en opnieuw een vertegenwoordiger uit hun midden te selecteren die de plek van hun verdwaalde medemens mag innemen. En als blijkt dat vertegenwoordigers deze verantwoordelijkheid in het algemeen nog niet aankunnen, dan kan er dus niet verder opgeschaald worden, maar moet er een pas op de plaats worden gemaakt tot de tijd is aangebroken dat mensen de verantwoordelijkheid (Beginsel A) wel aankunnen.

Cocratie is daarom veel meer een ‘streven’ dan een ‘bestemming’. Pas als alle voorgaande beginselen op orde zijn en er een onafgebroken, duurzame keten is gevormd en verbroken schakels duurzaam vervangen kunnen worden, kan er sprake zijn van cocratie. Het is een proces met een lange adem, waar jij en ik echter vandaag al mee kunnen starten en vrij eenvoudig ervaring in kunnen opdoen en voortgang in kunnen boeken.

Eindpunt.
De basiskeuze

Door de Monocratische denkwijze ontstaat als vanzelf een kunstmatige hogere macht, die leidt tot een enorm ingewikkeld kaartenhuis waarin een steeds kleinere groep steeds meer voor het zeggen heeft en de mensen hun macht uit handen geven. Allemaal omdat we zijn vergeten wie wij zelf zijn, angstig zijn voor pijn, gehecht raken aan onze ‘zekerheden’ en ‘rechten’, waardoor juist angst en pijn het gevolg zijn. Dit lijden is onnodig als we onszelf leren organiseren vanuit de verantwoordelijkheid voor onszelf en elkaar tot verantwoording kunnen roepen.

De beginselen van cocratie zijn als tegenhanger hiervan zó natuurlijk, dat deze onbeperkt kunnen worden opgeschaald, zelfs tot op wereldniveau: de wereldvergadering. Zo hoeft de wereldbevolking niet tot een Monocratische ‘eenheid’ te worden verenigd, waarin alles en iedereen eenzijdig, eenvormig en eenstemmig is, maar kan het als één geheel van losse delen gaan samenwerken, blijft het veelzijdig, veelvormig en veelstemmig, zonder uitzondering en uitsluiting. Het kan vrij vloeien als water en hoeft niet te worden vastgezet als ijzer in vaste machtsstructuren en rangordes, zoals we gewend zijn in de Monocratie.

Zo kan de mensheid zichzelf duurzaam organiseren op wereldschaal, zonder dat er nog enige vorm van centrale, hogere macht, politiek of verkiezingen nodig is, terwijl tegelijk ieder individu absoluut vrij is én blijft en als cocreator zichzelf kan besturen. En dan zullen wij ons als mensen gaan verwonderen over hoe prettig, eenvoudig en vervullend het kan zijn om mét elkaar samen te werken en te leven in overvloed. Er is dus wél een alternatief voor de kunstmatige Monocratie. En dat is natuurlijke cocratie.

Ieder van ons staat daarom voor de volgende basiskeuze.

A) Kies je niet dan blijf je geloven in de onbewuste projectie van het verticale, Monocratische besturingssysteem, door jouw verantwoordelijkheid en zeggenschap uit handen te geven en te verleggen naar steeds hogere machten, waarmee je bijdraagt aan één centrale wereldorde, de Monocratie, waarin je jezelf reduceert tot een onbetekenende schakel in de grote machine, van buiten wordt bestuurd en tegelijk het piramidespel ten onder helpt gaan? Dan hoef je helemaal niets te veranderen.

B) Of kies je wél en ga je bewust projecteren als cocreator, jezelf en onszelf leren organiseren en besturen vanuit de horizontale, cocratische denkwijze met uiteindelijk een wereldvergadering als gevolg, waarin iedereen vredig en vrij kan samenleven, zichzelf kan ontplooien én we ons tegelijk op grote schaal kunnen organiseren en besturen om ons ongekende potentieel te benutten? Dan kun je vandaag nog starten met alle vijf beginselen.

De keuze is aan jou. Want jij beslist. En niemand anders.